De Ardennen van Jacques Perk (2)

Een jaar na zijn ontmoeting met zijn muze Mathilde Thomas keerde Jacques Perk (1859-1881) in juli 1880 terug naar de Ardennen. Dit keer in gezelschap van zijn vriend Willem Kloos, die hij twee maanden eerder in Amsterdam had ontmoet. Na een gezamenlijk verblijf in Brussel reisden beiden door naar La Roche, waar zij op 9 juli arriveerden. Perk werd begroet door inwoners van het stadje, die hem herkenden van zijn eerdere bezoek. Daarna daarna werd hij met open armen ontvangen door de broers Joseph en Pierre Meunier van Hotel du Nord.

‘Wij werden aan den open disch geplakt aan het boveneind, herhaaldelijk verwelkomd, het eerst van het lekkerst bediend.’

Hoewel Perk zich direct weer thuisvoelde en opnieuw bevangen werd door de schoonheid van de omgeving, miste hij Mathilde.

‘Frisch is de zomerdag, de lucht bedekt, en het hart zwelt; het raam van Mathilde’s kamer staat altijd open als vroeger en haar plaats is akelig leeg.’

Net als een jaar eerder maakte Perk wandelingen in de omgeving. Soms met Kloos. En soms met de schilder Herman van der Voort, die ook in het hotel verbleef. Maar zelden met beiden. Kloos had een hekel aan Van der Voort en was zo zichtbaar jaloers wanneer Perk ermee omging, dat deze al zijn tact nodig had om de lieve vrede te bewaren.

Aan zijn ouders schreef hij dat hij dagelijks twee of drie wandelingen maakte, ‘in het lichtgrijs gekleed, mijn roode kamermuts op, blauwe das aan en gele tabakszak bungelend op mijn buik’. Terwijl Kloos vaak achterbleef op zijn hotelkamer had Perk het duidelijk naar zijn zin.

‘Ik voel me een heel heer, nu ik hier zoo ongeveer van mijn eigen geld leef en mij zelfs de weelde van nu en dan een flesch Bourgogne of Moselle kan veroorloven, en sterke koffie na    het diner. Het ontbreekt me aan niets en na het genot van wildzwijnenvleesch, rivier-kreeften, reebout en forellen, zit ik gaarne mijn fijne cigaar te rooken onder de nieuw gebouwde veranda van Café Royal, die van hout is uitgebouwd en uitziet op de brug en de rivier. Daar geniet ik dan ook van de peinzende, van de gonzende eenzaamheid, vooral in de vroegte, en de zwoele zomerwarmte, om weldra weer op weg te tijgen ten einde den omtrek te verkennen. Op het oogenblik schrijf ik ook onder die veranda en drink het goedkoope Laroche-bier, terwijl de blauwe wolkjes uit mijn pijpje wegdartelen in den zonneschijn daarbuiten en dwarrelen om een nest sperwers of steenarenden, die ze hier in den boom hebben zitten. Ik vermaak mij met nu en dan te kijken naar eenige kindertjes van twaalf jaar of zoo, die in hunne nachtjaponnetjes plassen in de rivier, die onder de brug doorstroomt! O! frisch gezicht! die ploeterende jeugd! Ik zelf heb mijn dagelijksch bad daar juist gebruikt in de Ourthe, voorbij den kleinen waterval, links hooge rotsen, lage weiden en frissche golfjes er tusschen!

De omgeving en ook de vrouwen bekoorden hem, maar er bleef bij de jonge dichter iets knagen. Een Antwerps deerntje, ‘dat allerliefst Vlaamsch kan klappen’, een Française en een Miss konden niet vergulden dat Mathilde niet uit haar venster keek. Daar kwam nog bij dat het verhaal rondging dat Perk inmiddels met Mathilde zou zijn getrouwd.Afbeelding

Hoewel zijn gezamenlijke bezoek met Kloos niet direct zichtbaar werd in nieuwe gedichten, bevat Perks laatste brief, die hij op 20 juli vanuit La Roche aan zijn ouders schreef, wel een ode aan de rivier die La Roche zijn bekoring schenkt.
‘de lustige Ourthe, die mij schaterend van pleizier opvangt in haar molligen schoot en mij de betraande lokken met natte kussen overdekt; zij drukt mij in hare armen, de frisschen, de wijkenden, en zaligheid kiemt in den golvenden en omgolfden boezem. Dan denk ik van harte aan u allen en kus de dansende baren, en denk aan de vluchtende zusterkens, die wegdartelen als de huppelende, krullende rimpels van het water, en aan mijn ouders, die mij statig tegenzwemmen als dikke, hooggedofte golven, die tegen mij aanrollen met donkergranwen schaterlach en mistroostig gekuch. O! verrukkelijke Ourthe-stroom met uw peilbaren bodem en peillooze goedhartigheid, mij zijt Gij dierbaar!’

Mari Smits

Eerder gepubliceerd op http://www.textualscholarship.nl

Bronnen:
Jacques Perk, Brieven en dokumenten. Bijeengebracht en uitgegeven door Garmt Stuiveling (Amsterdam: N.V. De Arbeiderspers 1959) 235-245.
Bart Slijper, Onder de blauwe oneindigheid. De vriendschap van Willem Kloos en Jacques Perk (Amsterdam: Bert Bakker 2010).

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s