Bliksembezoek aan Brazilië

Binnenkort ga ik voor het eerst in tijden weer naar Brazilië. Voor mij wordt het de vierde keer, voor mijn echtgenote Brigitte wordt het haar eerste keer. Mijn vorige bezoek was drie jaar geleden. Toen was de aanleiding de viering van het 50-jarig bestaan van Holambra II, de Nederlandse groepsvestiging die tegenwoordig door het leven gaat als Campos de Holambra. Toen ik voor dit feest een uitnodiging ontving, lagen mijn vakantieplannen al lang vast. Het was de bedoeling om met mijn gezin wederom naar vakantiehuisjes in Tsjechië te gaan, wat betekende dat er voor een Braziliaanse reis weinig tijd over zou blijven. Dat ik weg kon was toch al bijzonder; door het moeilijke gedrag van mijn autistische zoon Lucas kon ik niet voor lange tijd weg zijn. Gelukkig was hij in de periode dat het feest plaatsvond ondergebracht in een logeerhuis, waardoor ik met een gerust hart kon gaan. Het betekende wel dat het een bliksembezoek zou worden en niet langer zou duren dan een week.

Ik vertrok op donderdag 19 augustus 2010 van Schiphol. Ik werd uitgewuifd door Brigitte en Lucas. Mijn zoon, die normaal gesproken een bijzondere belangstelling heeft voor vliegtuigen, keek echter een andere kant op toen mijn toestel zich opmaakte voor vertrek. Hoewel bellen in een vliegtuig verboden is, liet ik op dat moment nog even weten dat het vliegtuig ging opstijgen. Zijn hoofd werd toen handmatig door Brigitte in de goede richting gedraaid.

Ik vloog met AlItalia en maakte dus een tussenstop in Rome. Daar moest ik in een krappe tijd mij van het ene uiteinde van het vliegveld naar het andere uiteinde begeven, waar de grote intercontinentale toestellen stonden opgesteld. Na een lange vlucht arriveerde ik in de vroege ochtend op het vliegveld Guarulhos bij São Paulo. Na wat Braziliaans geld te hebben opgenomen zag ik iemand staan die onmiskenbaar een landgenoot was. Het was Ben Hakvoort, die mij samen met een Braziliaanse chauffeur naar Campos de Holambra bracht. Onderweg legden we even aan bij een wegrestaurant voor een hapje en een cafezinho.

In Campos de Holambra werd ik ondergebracht in de appartementjes achter het clubgebouw dat getooid was met de naam Gringos (vreemdelingen). Ik ging wat DSC_0948rusten, maar net als in het vliegtuig lukte het nu ook niet om de slaap te vatten. ’s Middags ging ik daarom wat rondlopen in het centrum. Ik zag hoe de laatste werkzaamheden werden uitgevoerd om de boel te verfraaien. Het feest zou die avond plaatsvinden in de sporthal, die voor deze gelegenheid fraai was versierd en van binnen onherkenbaar was gemaakt met gespannen katoen. Vlakbij de sporthal was het museum. Ik ontmoette daar Toon Eltink, de drijvende kracht DSC_0957achter het museum, dat bestond uit enkele gebouwen, nl. een replica van het fazendahuis van Fazenda das Posses, een houten pionierswoning en een afdak met daaronder landbouwwerktuigen. Men had plannen voor de uitbreiding van het museum met een grote expositiehal, die in 2011 ook daadwerkelijk is gerealiseerd.

DSC_1010

V.l.n.r. Ambassadeur Kees Rade, Kees en Jeanne Wijnen

In de loop van de middag arriveerden ook de officiële gasten, namelijk de Nederlandse ambassadeur Kees Rade en de consul-generaal in Sao Paulo en haar gezin. Ook had ik inmiddels kennis gemaakt met Kees Wijnen en zijn vrouw Jeanne. Kees was de echte gast, want hij had het jubileumboek geschreven.

Rond zeven uur ’s avonds begon het feest voor de leden van de coöperatie. Net als iedereen was ik in pak. De avond begon met een video waarin het Braziliaanse en het Nederlandse volkslied waren verwerkt. De beelden gaven een indruk van de economische bedrijvigheid van Campos de Holambra. Wat vooral opviel was de katoenfabriek van de coöperatie. Daarna was het tijd voor de eerste gang van het diner, de soep. Daarna begon een drie uur durend intermezzo met toespraken en het uitdelen van oorkonden een de pioniers van Holambra II. Aan dit deel van het programma leek geen einde te komen. Toen rond elf uur het tijd werd voor het hoofdgerecht, liet onze man in Brasilia zich met enige ironie ontvallen dat hij de toespraken nog aan de korte kant vond.

Na een niet al te lange nachtrust – mijn mobiel ging om 8 uur af door een verkeerd verbonden-telefoontje uit Nederland – begon op zaterdagmorgen mijn tweede dag. Die ochtend maakten de gasten onder leiding van cooperatievoorzitter Simon Veldt een rondrit over de fazenda. Onderweg kregen we onder meer de gigantische DSC_1006regeninstallaties te zien die kenmerkend zijn voor Campos de Holambra. ‘s-Middags was het wederom feest in de sporthal, dit keer bedoeld voor de werknemers van de coöperatie. Het geheel was veel informeler en daarom veel gezelliger. Voor iedereen was er nu fechoada, een Braziliaans gerecht met zwarte bonen, rijst, gestoofd varkensvlees, maniokpoeder en salades. Op het podium stond een zeer populaire sertanejoband te spelen. Ik was nog moe en daarom ben ik een middagslaap gaan doen.

Op zondag was ik te gast bij de familie van Toon Eltink. Na een kleine churrasco in de schuur zijn we in de hete zon – het was winter, maar het was wel ca. 30 graden – een wandeling gaan maken naar het oude bedrijf van Toon. Na de wandeling hielden we een picknick tussen de akkers. ‘s-Avonds was ik te gast bij de seniorenvereniging ‘Ons Vertier’. Ik had het nog nooit gespeeld, maar een potje rummicub kan op zijn tijd best leuk zijn.

Op maandagmorgen werd ik weggebracht naar de ‘nabijgelegen’ stad Avaré. Daar nam ik de bus naar Campinas. Het werd een rit met een luxe bus, die er de tijd over deed om zijn bestemming te bereiken. De gedachte dat ik in de loop van de middag in Holambra I zou arriveren, kon ik maar beter laten varen. Omstreeks 5 uur arriveerde ik op het nieuwe busstation van Campinas. Daar bleek dat de bus naar Holambra tegenwoordig gewoon aan de straat vertrok. Met mijn koffer ging liep ik daar naartoe. Bij de bushalte ontmoette ik een jongeman uit Santo António de Posse die als een van de weinige Brazilianen perfect Engels sprak. Hij vertelde me dat hij lange tijd in Zuid-Afrika had verbleven, vandaar. Rond half 7 – het was inmiddels donker – had ik mijn eindbestemming bereikt. Ik werd gewezen op een hotel in het centrum boven de drogisterij. Bij het inchecken werd ik direct herkend door Jan Willem van der Boon, die op dat moment druk was met het inrichten van de komende Expoflora. Na me wat te hebben opgefrist, ging ik nog een maaltijd nuttigen in een een ‘por quilo’-restaurant. In een dergelijk restaurant kun je bij het buffet een bord eten opscheppen en daarna laten wegen. Drinken wordt echter wel aan tafel geserveerd en op de nota bijgeschreven. Voordat je vertrekt moet je met de bon in de hand bij de kassa het genuttigde eten en drinken afrekenen. Een prima systeem dat navolging verdient in andere landen.

Op dinsdagmorgen ging ik allereerst koffie drinken bij Henk Klein Gunnewiek en zijn vrouw. Henk was duidelijk niet meer in goede doen. Hij had een een tia gehad en vroeg steeds hetzelfde. Toen ik 25 jaar geleden een jaar in Holambra verbleef, kwam ik vaak bij ze. Ik heb kort daarna ook de uitgave van zijn ‘Herinneringen van een emigrant’ verzorgd. In september 2011 is hij overleden. Toen ik later een rondwandeling maakte op het kerkhof van Holambra realiseerde ik me dat er sinds 1988 al heel veel eerste generatie emigranten zijn overleden. Het was dus beter om na te gaan wie er nog niet was overleden en wie ik die dag dus wel kon DSC_1088bezoeken. Behalve het kerkhof maakte ik ook een rondgang over het expositieterrein van de Expoflora. Overal was men druk in de weer om de boel voor het volgende weekend in orde te maken.

Ook sprak ik af met Annemarie van der Knaap, een expat die zich zeven jaar eerder in Holambra had gevestigd, en die de drijvende kracht is van het museum. Ik had Annemarie een maand eerder in Nederland ontmoet en zij kwam net dat weekend terug uit Nederland. Met Annemarie maakte ik een rondrit door Holambra. Ze liet me ook het gigantische veilingcomplex zien dat een jaar eerder buiten Holambra aan de snelweg was geopend. In april 1989, een week vóór mijn terugkeer naar Nederland na een verblijf van bijna een jaar, was ik als ingehuurde fotograaf getuige van de start van de eerste veiling van Zuid-Amerika. Toen werd er nog met handjeklap geveild. In 1992, tijdens mijn tweede bezoek aan Brazilië, beschikte Holambra al over een veilingzaal met klok en na 20 jaar was de veiling dus uitgegroeid tot een immens DSC_1112groot complex waar een groot deel van de productie van bloemen en planten van Holambra wordt verhandeld. Ook bracht ik een bezoek aan de enorme stellingmolen, die in 2008 door de Nederlandse molenbouwer Jan Heijdra is gerealiseerd. Het was om veiligheidsredenen niet mogelijk om de werkende delen van de molen te bezichtigen. Ook al beschikte Holambra inmiddels over gediplomeerde molenaars (opgeleid in Nederland); het was echter niet toegestaan om de molen te laten draaien.

Op woensdag was het weer tijd om te vertrekken. ‘s-Ochtends legde ik nog enkele bezoeken af en daarna stapte ik op de bus naar Campinas. Mijn hoop was om daar de bus naar het vliegveld te halen, maar helaas bleek deze vijf minuten eerder te zijn vertrokken. Ik kocht een kaartje voor de volgende bus, maar die zou pas rond 6 uur op Guarulhos arriveren, terwijl de KLM om tegen 7 uur naar Nederland zou vertrekken. Ondanks het reeds gekochte buskaartje besloot ik daarom om een taxi te nemen. Met een jonge Braziliaan achter het stuur en keihard de muziek van Queen uit de geluidsboxen, ging het toen in een rap tempo naar het vliegveld. Ik arriveerde daar om 4 uur en had toen nog ruim de tijd om in te checken en mijn laatste Braziliaanse geld op te maken.

Na een week landde ik weer op Schiphol. Vanuit het vliegveld zag ik dat het heel slecht weer was en dus had ik best zin om direct weer terug te keren naar Brazilië. Ik realiseerde me dat ik me een week lang had kunnen onttrekken aan de slechte Nederlandse zomer en dat je dan maar beter een Braziliaanse winter kunt meemaken. Hoewel mijn Braziliaanse reis in feite niet meer was geweest dan een bliksembezoek, kwam de omgeving me weer vertrouwd over. Binnenkort wil ga ik de reis opnieuw maken en dit keer nemen we de tijd om kennis te maken met de Nederlandse emigranten overzee en met Brazilië.

Advertenties

2 Reacties op “Bliksembezoek aan Brazilië

  1. Pingback: Bezoek aan Brazilië | Holambra·

  2. Op zoek naar mijn Opa en Oma Ooms en Tante’s, dus de ouders broers en zussen van mijn Moeder, die alleen in Nederland bleef ik 1909, lees ik interessante dingen gen, maar nergens komen mensen voor die in 1909 vertrokken uit Bonnen een in Drenthe. Zo ook niet over de Familie Boor, mijn familie. Overigens De tegenvallers in die vroege periode lees ik wel over, en wist ik ook wel iets van. Een deel van het braakliggende land, wat zij waarde verloren had, was Moeder haar erfdeel en dus nooit gekregen. . Alle contact wat is geweest, verliep via het Notaris kantoor van Notaris Gramser in Gieten. Met dank aan die mensen, schrijvers die dit hebben geschreven, verblijf ik Eva van Goor Nederland Drenthe.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s