Terug in Holambra

Afgelopen zaterdagavond 21 september zijn we met de nachtbus uit Belo Horizonte vertrokken richting Campinas. We vertrokken vanaf het busstation (Rodoviaria) en reisden met een luxe slaapbus. Een zitplaats in zo’n bus kan ver naar achteren en bevat ook een ligbankje voor de voeten. Normaal gesproken is dit een ideale plek om te slapen (veel luxer dan een vliegtuigstoel), maar de in de bus waarin we zaten rammelde er iets continu en bovendien blies er permanent een koude aircolucht over ons heen. Met een plastic zakje hebben we getracht het euvel te verhelpen. De bus vertrok om kwart over negen en zou volgens schema om 6 uur ’s ochtends in Campinas arriveren. Onderweg werd twee keer gestopt bij een speciaal wegrestaurant voor lange afstandsbussen. Een aantal passagiers (waaronder wijzelf) namen de gelegenheid waar om even naar het toilet te gaan. Na 10 tot 15 minuten werd de reis weer vervolgd. Brigitte kon niet slapen van de kou in de bus. Dat ging een stuk beter toen ze op het laatste deel van de busreis de jas van Mari aan had getrokken. Om iets na half 6 arriveerden we op het busstation van Campinas. Daar hebben we eerst een lange tijd bij een broodjeszaak gezeten. Rond 8 uur gingen we op weg naar ons hotel. Mari kende de weg en wist dat het niet ver lopen was. Met onze koffers op wieltjes kwamen we rond half 9 bij het hotel aan. We konden nog niet inchecken, maar we konden wel onze bagage daar stallen. We liepen daarna een rondje door het uitgestorven centrum van Campinas. Alleen een electronicazaak nabij de kathedraal was open en had blijkbaar aantrekkelijke aanbiedingen. Ook wij gingen even naar binnen en profiteerden van de hapjes die klanten kregen aangeboden. Daarna gingen we terug naar het hotel. Na enige tijd wachten was onze kamer gereed en konden we nog bijkomen van de vermoeiende nachtreis.
’s Middags zijn we eerst wat gaan eten bij een nabij gelegen eetgelegenheid en hebben daarna weer een rondje door het centrum gemaakt. Campinas is bepaald geen toeristische trekpleister, maar gewoon een grote woonstad. We bezochten nu de kathedraal, die van binnen prachtig houtsnijwerk bevat. Van buiten is het gebouw niet de moeite waard. Na een biertje op een terras gingen we terug naar het hotel. ’s Avonds namen we in het hotel het avondbuffet. Dit was behoorlijk geprijsd en mager gesorteerd. In Holambra zouden we de daaropvolgende dagen voor veel minder geld beter en gevarieerder eten. We namen nog een afzakkertje in de eetgelegenheid waar we eerder die middag waren en gingen toen slapen.

De volgende ochtend zijn we na het ontbijt met onze koffers op weg gegaan naar de bushalte waar de bus naar Holambra vertrok. Om elf uur vertrok de bus en deze arriveerde even na twaalf uur in Holambra. We namen nu onze intrek in het luxe hotel Vila da Holanda, midden in het centrum van Holambra. Na een comida por quilo verkenden we opnieuw het centrum van Holambra en passeerden ook het Expofloraterrein. We kwamen geen bekenden tegen. Het leek erop of iedereen nog aan het bijkomen was van een druk weekend Expoflora. We gingen nog op bezoek bij mevrouw Klein Gunnewiek en aten ’s avonds nog een broodje.

Aguas de Lindoia

Op dinsdag huurden we een auto en gingen daarmee de wijdere omgeving van Holambra verkennen. Via Santo Antonio de Posse reden we richting Serra Negra en het spa-resort Aguas de Lindoia. Dit is een kuuroord met veel luxe hotels en de nodige toeristische winkeltjes. We dronken daar een kop koffie en liepen een rondje door het park. Daarna reden we naar Itapira. De reden om deze plaats te bezoeken ligt in een enkele jaren geleden opgedoken boek met daarin de treurige emigratiegeschiedenis van de familie van Antko Drenth. Deze uit Oost-Groningen afkomstige familie emigreerde in 1890 naar Argentinie, maar kon daar geen bestaan vinden en verhuisde een jaar later naar Brazilie en wel naar Itapira. Daar hebben ze waarschijnlijk in de koffieplantages gewerkt. Vader Antko Drenth en twee kinderen lieten daar het leven, waarna moeder Reina Dijk en de twee overgebleven kinderen op kosten van familie en vrienden naar Nederland terugkeerden. Later zijn ze naar de Verenigde Staten geëmigreerd. Daar leven nu nog steeds nazaten van hen. Itapira is nu een stadje met circa 70.000 inwoners. In het centrum bevindt zich een mooi park, enkele oudere gebouwen (waarschijnlijk van na 1890) en diverse musea. Of hier nog iets valt terug te vinden over het verblijf van de familie Drenth, valt te betwijfelen. Na Itapira reden we over de snelweg terug naar Holambra. We moesten op tijd terug zijn, want Brigitte had een afspraak bij de kapster. Dit behelsde wassen, knippen, haar verven en ook nagels lakken. Daarna maakten we nog een rondwandeling door een ander deel van het centrum van Holambra. ’s Avonds gingen we een broodje eten bij restaurant Casa Bela, waar we de inrichters van de binnenexpositie van de Expoflora, Jan-Willem van der Boon en Jessica Drost ontmoetten.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s