Naar de metropool São Paulo

Jan-Willem aan het werk

Na drie weken rondreizen met de auto en het vliegtuig en veel rondlopen in steden was de terugkeer naar Holambra de ideale gelegenheid om tot rust te komen. Geen vol dagprogramma, hoogstens een mooie gelegenheid om met enkele bekende mensen informeel een praatje te maken. Zo gingen we op woensdag 25 september ’s ochtends eerst op bezoek bij Jan-Willem en Jessica, die op het Expofloraterrein bezig waren om de bloemen bij hun decoraties te verversen voor het laatste weekend. Voordat iedereen aan het werk ging werd er door hen samen met hun personeel koffie gedronken. Wij schoven aan en kregen daarna de gelegenheid om te zien hoe het decoratiewerk er in de praktijk aan toeging. Van de organisatie van de Expoflora hadden Jan-Willem en Jessica een vast bedrag gekregen waarmee zij de decoraties en de bloemen en hun personeel moesten betalen. Onkosten kwamen voor hun eigen rekening. Na dit bezoek liepen we nog een ronde door een ander deel van het centrum van Holambra. Wij dronken koffie in het restaurant van Marcel Bijkerk. Marcel had zich twintig jaar geleden in Holambra gevestigd en was enkele jaren geleden met zijn restaurant begonnen. De zaak was aangekleed met verschillende typisch Nederlandse attributen en was daarmee sfeervol ingericht.

’s-Middags had ik (Mari) een afspraak met mensen van het museum. Met Annemarie van der Knaap, Jan Eltink en Jan Derks werden de mogelijkheden besproken over het behoud en de ontsluiting van het cultureel erfgoed van Holambra. Brigitte zat in die tijd lekker buiten van de zon te genieten. Na afloop liepen we terug naar het hotel waarbij we ons de vraag stelden of we de volgende dag wel naar São Paulo zouden gaan. De rust van Holambra beviel ons zo goed dat we dachten aan de mogelijkheid om pas een dag later te gaan. Uiteindelijk besloten we vast te houden aan ons oorspronkelijke plan om donderdag naar de grote stad te vertrekken.

Op donderdagmorgen gingen we na het uitchecken in het hotel nog een laatste keer koffie drinken bij mevrouw Klein Gunnewiek. Daarna stapten we om kwart voor elf op de bus naar Campinas. In de stad kochten we op het busstation twee kaartjes naar São Paulo, maar aten een gevuld stokbrood bij de plaatselijke vestiging van Subway. Om tien over één vertrok de luxe bus van Cometa naar SP, alwaar we rond half drie arriveerden. Op het grote busstation aldaar stapten we over op de metro, die ons naar República, het centrale plein in de stad bracht. We sjouwden met onze koffers richting ons hotel, dat op ongeveer 300 meter van het plein was gelegen. Het was duidelijk een hotel dat een opknapbeurt nodig had. Alle voorzieningen waren aanwezig, maar deuren sloten slecht en ook de badkamer was zeer gedateerd. Op het ontbijt viel weinig af te dingen. Alleen het verse sap ontbrak.

’s-Middags gingen we een eerste rondje maken in de buurt van República. Meteen vielen een aantal heel hoge wolkenkrabbers op. Helaas konden we het uitzicht vanaf het hoogste gebouw aan het plein, de Edifício Itália, niet bezichtigen. ’s Avonds gingen we eten in een Japans restaurant aan het plein. Voor een habbekrats hadden we een heerlijke Aziatische maaltijd met een groen flesje Heineken-bier.

De volgende ochtend namen we de metro naar Avenida Paulista, de brede straat vol met hoogbouw. Volgens onze reisgids had Paulista de allures van 5th Avenue in New York. De straat wordt aan weerszijden omzoomd met hoogbouw en daartussenin soms een oude villa die ooit door de grote koffiebaronnen van de staat São Paulo waren gebouwd. Halverwege Paulista ligt het Museu de Arte de São Paulo (MASP), het grootste kunstmuseum van Brazilië. Het museum is gevestigd in een enorm gebouw dat hangt in vier enorme rode pilaren. Het museum heeft een gevarieerde collectie schilderijen, waaronder enkele Nederlandse meesterwerken van Vincent van Gogh, Salomon van Ruysdael, en Frans Hals. Bijzonder is vooral het schilderij ‘De verzoeking van de heilige Antonius’van Jeroen Bosch. Voor de lunch hadden we afgesproken met een kennis van een van mijn mede-Twitteraars René Schaap. Schaap was te verkouden om vanuit Santos naar São Paulo te komen, maar zijn maatje Willem Daas had wel tijd. Helaas lukte het ons niet om rond 1 uur bij metrostation São Bento te arriveren. Wij kwamen een kwartier te laat en konden vervolgens Quickies niet direct vinden. Na wat rondlopen ontdekten we dat hiermee een automatiek werd bedoeld die een Braziliaan, die lange tijd in Nederland had gewoond, naar Nederlands model had ingericht. Bij Quickies kon men diverse kroketten, kaassoufflés en bamischijven uit de muur trekken. Wij namen zelf een kroket, beter van kwaliteit dan in Nederland,  en ontdekten dat de Brazilianen nog moeite hadden met het systeem. Zij zijn gewend dat als je ergens geld in gooit er ook wat gebeurt. Bij een automatiek moet je echter zelf het luikje opentrekken. We hielpen enkele klanten bij de aankoop van hun kroket. Opvallend is dat de automatiek voorzien was van Nederlandstalige namen zoals kroket en kaassoufflé, en geen Braziliaanse vertalingen. Helaas hebben we Willem Daas gemist. Later begreep ik uit een bericht van René dat Willem pas om 14.00 uur zou arriveren. Wij zaten toen in een nabijgelegen lanchonete te lunchen….

’s-Middags liepen we eerst naar het plein van de kathedraal van Sé en vervolgens door naar de Japanse wijk Liberdade. Volgens onze reisgids moest deze wijk bijzonder zijn, maar afgezien van een stalen Japans entree en straatverlichting in de vorm van lampionnen was er weinig bijzonders te zien. Wel bijzonder was een optreden van een Braziliaans straattheatergezelschap. Ook al ontging ons de boodschap, het zag er wel spectaculair uit. Helaas hebben we het einde van de voorstelling niet meer meegemaakt, want rond 4 uur stak een koude wind op. We gingen daarom met de metro terug naar ons hotel. ’s Avonds gingen we nog een hapje eten (por quilo uiteraard!) in de buurt.

Het voormalige Hotel Central

Zaterdagmorgen stond in het teken van het inpakken; het was onze laatste dag in Brazilië. We parkeerden onze tassen achter de receptie van het hotel en gingen nog voor een laatste keer de stad in. Ik was benieuwd hoe het hotel waar ik vroeger wel eens had gelogeerd, er nu uitzag. Hoewel het voormalige Hotel Central, destijds een vrij eenvoudig hotel met een badkamer op de gang, nu was gelegen in een voetgangersgebied, zag het pand er nu desolaat uit. Het was dan ook niet meer in bedrijf en had dringend een renovatiebeurt nodig. We kochten nog wat souvenirs, zoals CD’s met Braziliaanse muziek, en liepen wat rond in de buurt van Praça República. Toen we daarna bij een bank probeerden nog wat geld op te nemen, bleek dat deze volledig gesloten was. De afgelopen twee weken hadden we bij herhaling gezien dat de bankmedewerkers in staking waren. Nu leek het erop dat we er echt door getroffen zouden worden. Gelukkig bleek een andere bank wel de mogelijkheid te bieden om als buitenlander geld op te nemen. Direct daarna kochten we kaartjes voor de shuttlebus naar de luchthaven. We hebben in vier weken verschillende luchthavens gezien, maar de prijzen van de bussen liepen sterk uiteen. Betaalden we in Curitiba 12 reais (4 euro), in Salvador maakten we met een stadsbus voor slechts 2,80 reais (1 euro) een rit van een uur naar de luchthaven. In São Paulo was een busrit (maar dan wel in een luxe bus) ronduit duur. Voor 36,40 per persoon bracht de bus je in drie kwartier naar de luchthaven Guarulhos. Geen wonder dat buiten het kantoortje van de busmaatschappij op República taxichauffeurs te vinden waren die ons voor 70 of 80 reais wel wilden vervoeren!

Om 4 uur vertrokken we dan eindelijk met de bus. Op de luchthaven was het eerst een kunst om een boarding pass uit te printen. Daarbij bleek dat er voor ons geen zitplaatsen naast elkaar meer beschikbaar waren. Brigitte kwam terecht op stoel 37j tussen twee breed uitgevallen heren, waarbij de Braziliaan links niet genegen was rekening te houden met medepassagiers. De Duitser rechts was veel sympathieker en deed dit wel. Ikzelf had een kaart voor 54j, maar ruilde direct toen bleek dat ik geplaatst was tussen een stel. Dat gaf mij het voordeel dat ik nu een plek had aan het gangpad.

Op de luchthaven moesten we plaats nemen in een lange rij om de koffers in te checken. Op aanraden van het baliepersoneel hebben we nog op de valreep de sterke drank in een koffer gestopt. Later bij de veiligheidscontrole moest Brigitte een potje haargel, een flesje bronwater en een tube douchegel inleveren. Daarna gingen we bij de gate in de rij staan. Daar kwamen we Koosje weer tegen, een vrouw die we drie weken eerder hadden ontmoet in Arapotí. Koosje ging met dezelfde vlucht naar Nederland voor familiebezoek, terwijl haar man een andere vlucht nam richting de Verenigde Staten. In het vliegtuig was er weinig gelegenheid tot echt slapen. Er was veel turbulentie en geregeld werden we door de stewardessen van de KLM voorzien van eten en drinken. Op zondag 12 uur ’s middags zijn we geland op Schiphol. Nadat we Koosje gedag hadden gezegd en een croissant en koffie hadden gekocht, namen we de trein. De reis was ten einde.

Dit was de laatste aflevering van ons reisverslag naar Brazilië. Maar gelukkig hebben we de foto’s nog! Klik dan hier.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s