Ruzie der ijdelheid in wandelwereld

Sinds vorig jaar zijn de twee Nederlandse wandelbonden, de KNBLO-NL en de NWB druk bezig een fusie voor te bereiden, die in 2015 moet leiden tot de totstandkoming van één bond voor alle Nederlandse wandelaars. Met deze fusie wordt een lange geschiedenis van ruzie binnen wandelend Nederland eindelijk afgesloten. Gedurende deze geschiedenis is eenheid in de wandelsport meermalen aan de orde geweest, maar telkenmale lukte het maar niet om de onderlinge rivaliteit te overwinnen. Zelfs 10 jaar geleden liepen fusiepogingen uiteindelijk uit op een periode van verwijdering tussen beide bonden. Enkele jaren was het zelfs niet meer mogelijk één gezamenlijk wandelprogramma uit te brengen, dit tot schade van tochtorganisatoren en wandelaars. Gelukkig is nu ook deze nare periode voorbij en heeft men er nu samen de pas erin op weg naar een nieuwe toekomst voor de georganiseerde wandelsport.

                Betekent dit dat we nu de weinig verheffende geschiedenis van de wandelsport moeten vergeten? Nee. Als historicus en wandelaar ben ik van mening dat het eens goed zou zijn om deze geschiedenis eens goed uit te zoeken en daar een boek over te schrijven. Een belangrijke rol in deze geschiedenis zal ongetwijfeld de controverse over de Nijmeegse Vierdaagse spelen. Onlangs kwam in het katholieke weekblad De Nieuwe Eeuw van 21 november 1953 een interessante analyse tegen van de hand van de sportverslaggever en illustrator Jan Lutz. Hierin gaat hij ook in op de rol van de Nederlandse regering in deze controverse, die uiteindelijk geleid heeft tot het begin van de Apeldoornse Vierdaagse, georganiseerd door de NWB.

“De Nijmeegse Vierdaagse, het zo internationaal vermaarde wandelsportevenement, dat door de gigantische deelname uit het buitenland voor ons land tot een zaak van niet te onderschatten betekenis is uitgegroeid, staat op de helling. Aan het eindeloze en weinig verheffende gekrakeel tussen twee bonden, de Nederlandse Bond voor Lich. Opvoeding (N.B.v.L.O.) en de Nederlandse Wandelsport Bond (N.W.B), waarbij men alleen doodsbang was om enig prestigeverlies, heeft de regering drastisch een eind gemaakt door officieel uitgedrukt “geen medewerking meer te verlenen aan enig evenement op het gebied van de wandelsport”. Hetgeen dus daarop neerkomt, dat om bij de Nijmeegse Vierdaagse te blijven stilstaan, militairen en overheidspersoneel, dat bij deze afstandsmarsen steeds door een belangrijk percentage was vertegenwoordigd, officieus een verbod zal worden opgelegd zich bij de Vierdaagse te laten zien. Zo hebben beide organisaties eindelijk bereikt waar zij het op aan hebben gestuurd met hun onsmakelijk en vaak platvloerse ruzietjes, welke de naam van Nederland als sportnatie bitter weinig goed hebben gedaan. Het trieste van deze hele geschiedenis is wel, dat de wandelaars van de onenigheid tussen de twee bonden de dupe zullen worden. Immers het voorbeeld van de regering geen medewerking te willen geven aan wandelsportgebeurtenissen zal automatisch tot gevolg hebben, dat ook burgemeesters niet bepaald meer welwillend zullen staan tegenover verzoeken van beide bonden om in hun stad tochten te organiseren. Hetgeen dus inhoudt, dat de maatregel van de regering om het zo uit te drukken een gevallen zwaard van Damocles zal zijn, waarmede de nationale wandelsport een klap is toegebracht, welke allerpijnlijkste gevolgen kan hebben.

De Telegraaf, 6 januari 1953

De Telegraaf, 6 januari 1953

         Men zal zich afvragen of de regering inderdaad juist heeft gedaan door zich zo intens met een tak van sport te bemoeien. Naar ons beste weten is dit ook de eerste maal dat de regering in een bepaalde sportkwestie handelend optreedt. De geschiedenis van de ontwikkeling van de wandelsport in Nederland is echter te ingewikkeld om onmiddellijk de regering gelijk of ongelijk te geven.
Er is een Nederlands Olympisch Comité, dat zich zo fier het overkoepelend orgaan van de sportbonden noemt. Elke tak van sport is bij het N.O.C. door één bond vertegenwoordigd. In deze kwestie is dat de N.W.B., hetgeen dus zoveel wil zeggen, dat het N.O.C. deze bond als de enige officiële wandelsportorganisatie beschouwt. Op zijn beurt wil de N.W.B. nu ook, dat alles op wandelgebied onder zijn competentie moet vallen. En hier zijn wij bij het kardinale punt beland. De N.W.B. werd in 1940 opgericht, kwam in de oorlogsjaren tot het organiseren van Avondvierdaagsen, een surrogaat van de traditionele Vierdaagse, welke door de Duitsers was verboden, zoals de hele N.B.v.L.O. allerminst hartelijk door de bezetter werd bejegend. Toen na de oorlog de N.B.v.L.O. onmiddellijk in volle activiteit de zaken weer aanpakte was dit niet naar de zin van de N.W.B., die zich immers als dé wandelsportorganisatie zag, wettelijk erkend door de overheid. De N.B.v.L.O. lachte schamper over alle drukte van het jonge bondje, dat aan zijn Vierdaagse wilde peuteren. En de N.B.v.L.O. kon dat doen. Opgericht in 1908 organiseerde hij reeds een jaar later de eerste afstandsmarsen; men is het blijven doen en onder leiding van de huidige voorzitter, de martiale leider J.N. Breunese, is de Vierdaagse een werkelijk bijzondere gebeurtenis geworden, welke jaarlijks legioenen wandelaars naar Nijmegen voert.
Bewust van zijn macht en geleid door de te dictatoriale maar overigens knappe organisator, de lt.majoor Breunese, liet de N.B.v.L.O. de N.W.B. rustig ploeteren met zijn Avondvierdaagsen. Officieel heeft de bond van Breunese ook nooit Avondvierdaagsen georganiseerd, zoals met een bijna ontroerende stelligheid wordt verklaard aan de regering. Officieel dan, doch men moet iets van de structuur van de bonden afweten om te zien dat de N.B.v.L.O. nogal ijverig en allerminst tactvol bezig was te grazen op het terrein van de concurrent. De bond bestaat uit kringen en deze kringen begonnen onafhankelijk van elkaar ook Avondvierdaagsen op stapel te zetten. Het hoofdbestuur bemoeide zich daar niet mee; vandaar de ontkenning aan de regering. De N.W.B. nam dit niet, ook al omdat de N.B.v.L.O. meestal data voor zijn Avondvierdaagsen uitkoos, welke onmiddellijk voor of na of tegelijk met die van de N.W.B. vielen. Dat moest wel twist en nijd zaaien niet alleen tussen de bonden onderling maar ook onder de wandelaars. Het zotte voorval heeft zich voorgedaan, dat in Dordrecht in de ene helft van de stad de N.W.B. aan zijn Avondvierdaagse bezig was, terwijl in de andere de mensen van de N.B.v.L.O. tippelden.
Van een koude oorlog ging men langzamerhand naar een hete over. Het vorige jaar eiste de N.W.B., dat de N.B.v.L.O. met zijn vingers van de Avondvierdaagsen zou afblijven. Zo niet dan ging ook de N.W.B. een eigen Vierdaagse (te Apeldoorn) organiseren en om de zaak zoveel mogelijk in de knoei te laten lopen op dezelfde dagen als de Nijmeegse Vierdaagse. Het N.O.C. wilde zich ermee gaan bemoeien maar kreeg nul op request, omdat de N.B.v.L.O. zeide niets met deze heren uitstaande te hebben. De regering werd erbij gehaald en op 28 maart van dit jaar kon de voorzitter van de N.W.B., mr. W.J. Korn, scherpzinnig en listig als een vos, verklaren, dat er “een Godsvrede was gesloten om een schandaal rond de Vierdaagse op uitdrukkelijke wens van de regering te voorkomen. We zullen echter het hoofd niet in de schoot leggen…”
Majoor b.d. Breunese deed dat ook niet; zijn bond deed trouwens niets om het geschil bij te leggen. Men gaf witboeken uit vol onaangenaamheden en lelijks aan elkaars adres, men bekladde elkaar in redevoeringen, men ontzag zich zelfs niet om iemands particuliere fouten in het geding te brengen. Met andere woorden: de ruzie werd op de duur een heel onsmakelijke vertoning. De N.B.v.L.O. (althans de kringen) bleef met zijn Avondvierdaagsen bezig en organiseerde de Nijmeegse Vierdaagse. Er was inderdaad voor korte tijd een “Godsvrede”. Nu is de vredespijp weer in de vuilnisbak gedeponeerd en met het gekrakeel is weer van voren af begonnen, het dreigement van de N.W.B. een eigen Vierdaagse te organiseren en het gezeur van de N.B.v.L.O., dat hij als de oudste vereniging het alleenrecht heeft op het houden van afstandsmarsen.
Men kan de majoor b.d. Breunese een barvervelende en arrogante kerel vinden, omdat hij vaak zou autoritair kan optreden (per slot van rekening is hij een militair), men kan de N.W.B. beschuldigen van kinderachtige manipulaties, en men kan het hele kabaal om een wissewasje, dat in de grond van de zaak met het eigenlijke wandelen niet heeft uit te staan, als een klein Nederlands gedoe beschouwen, een gekibbel tussen een stel mensen, die alleen aan hun ijdelheid strelende erefunctie in de sport denken, een feit is, dat naar onze opinie de regering beter zou hebben gedaan door de enige door het N.O.C. officieel erkende wandelsportbond ook als zodanig te erkennen. Bij de N.W.B. zijn ongeveer tachtig procent van alle wandelaars in verenigingen aangesloten, de N.B.v.L.O. heeft slechts aangesloten verenigingen in enkele plaatsen. De N.W.B. is de enige officiële bond en dat moet geen paskwil zijn. De regering had daarmee rekening moeten houden. Door haar gedurfde maatregel zal zij niet alleen de wandelsport een knak bezorgen, doch erger zal zij ook sterk medewerken aan het door alle ruzie reeds zo dreigende faillissement van de Nijmeegse Vierdaagse. De gevolgen daarvan heeft men in deze niet bepaald in sportzaken bedreven kringen blijkbaar onderschat.”

Advertenties

Een Reactie op “Ruzie der ijdelheid in wandelwereld

  1. Pingback: Wandelend Nederland begraaft oude strijdbijl | Mari Smits·

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s