Vierdaagse 2019: wandelen in een eigen tempo

Het is zaterdag 20 juli 2019. Buiten regent en onweert het, terwijl ik begin aan mijn verslag van de inmiddels voorbije 103e Vierdaagse van Nijmegen. Het was inmiddels alweer mijn 29e editie en deze ging mij gemakkelijk af: geen last van mijn benen of voeten en ook kon ik geregeld mijn eigen tempo lopen. Na de binnenkomst op vrijdag was ik ook niet stijf; iets wat me andere jaren wel is overkomen. Ik had best op de vijftig kunnen lopen maar de veertig kilometer maakte het allemaal wat relaxter.

Ontmoeting
Op maandag 15 juli ging ik vanuit mijn logeeradres op de fiets naar de Wedren om daar mijn polsbandje en knipkaart op te halen. Voordat ik mij kon aanmelden moest ik mij legitimeren bij een voor mij bekende wandelaar: Coert Peeters. Coert liep ook dit jaar niet mee en was nu lid van het controleteam. Later die middag vertelde hij op het terras er meer over. Op de Wedren werd het langzaam maar zeker drukker. Toch kwam ik genoeg bekende wandelaars tegen. De middag sloot ik af op het terras van Café Frowijn aan de Fransestraat. Een leuk moment om met enkele wandelaars bij te kletsen. Zeker de aanmelddag is voor velen een ontmoetingsdag.

Gladiool
De wandelaars op de dertig en veertig kilometer worden al enige jaren ingedeeld in twee groepen die herkenbaar zijn aan het polsbandje: een wandelschoen of een gladiool. De afgelopen twee jaren was ik wandelschoen en begon mijn Vierdaagse met een late start om op vrijdag te eindigen met vroeg. Dit jaar was ik gladiool en begon mijn Vierdaagse al om kwart voor vijf. Toen ik van start ging was het nog donker maar al snel werd het licht. Het was nog fris en daarom ging ik op pad met een lange broek en een trainingsjack aan. Met gemak liep ik over de dijk richting Oosterhout en vervolgens naar Elst. Al snel liep ik te midden van de achterhoede van de vijftig kilometer, waarvan er velen maar een half uur eerder waren gestart. In Elst ging ik weer koffiedrinken bij de gemeente.

Dispensatie
Daarna ging ik snel verder. Toen ik Arnhem-Zuid naderde en rechtsaf sloeg had ik nog 17,5 kilometer te gaan en het was nog net geen negen uur. Op de rustige 40-route ontmoette ik een Engelse deelnemer die Nijmegen al menigmaal had gedaan. Later liep ik verder met Marcel Schamp, een jongen met een visuele beperking die dit jaar voor het laatst dispensatie kreeg om 10 kilometer minder te lopen. Hij vertelde me dat over het einde van de dispensatie in juridisch opzicht nog niet het laatste woord is gesproken. Met hem ging ik rusten bij de KWBN. Daar kregen we naast een mueslibol een beker soep en een flesje water. De rode kruismensen hadden niets te doen, maar wij hadden ze ook nog niets te bieden. Mijn voeten waren goed. Daarna liep ik met Marcel verder door Bemmel en Lent en arriveerde ik om 12.25 uur op de Wedren. Ik had overal loopruimte en had lekker kunnen opschieten.

Late start
Op de tweede dag had ik een late start. Toen ik om kwart voor zes van start ging, was het reeds licht. Tijdens mijn wandeling door de buitenwijken van Nijmegen kwam ik Kostas Hatzis tegen, die samen met zijn Griekse landgenoot jaarlijks veel succes heeft bij de intocht door in traditioneel Griekse uitdossing – die van de bewakers voor het parlementsgebouw in Athene – naar het einde te lopen. Tijdens de wandeldag moest ik geregeld inhouden omdat er ook militairen op de route zaten. Door de late start was het ook veel drukker onderweg. In Wijchen ontmoette ik verschillende bekenden en bracht ik ook een bezoekje aan de Leystadse burgemeester Ina Idema en haar collega van Zeewolde, Gerrit-Jan Gorter. Buiten Wijchen werd ik op de rustpost van de KWBN vergast op een beker pasta, heerlijk! Om 13.50 was ik binnen.

Controle
De derde dag – naar Groesbeek – liep helemaal gesmeerd. Al snel liep ik de staart van de 50 kilometer binnen en onderweg werd ik vanwege mijn straffe tempo gecomplimenteerd door Jenneke Kamphuis. In Plasmolen dronk ik een beker koffie bij particulieren tezamen met Dolph Cantrijn, die ik ken van de poldertochten naar het Observatorium Robert Morris in Lelystad. Na de splitsing van de 40 en 50 in Milsbeek werd het rustig op de route. In de verte zag ik de controleploeg in gelid staan en was er enige wedijver tussen de controleurs over wie er nu mijn kaart mocht knippen. Uiteraard gunde ik Coert Peeters dit plezier. Daarna begon ik in alle rust aan de klim naar Breedeweg. Ik hoorde zelfs de vogels fluiten, iets wat zeldzaam is tijdens de Nijmeegse Vierdaagse. Ik wilde rusten in het Duitse boscafé Merlijn, maar dat bleek nog gesloten te zijn. Dan maar soep bij de Nijmeegse wandelvereniging WIOS’81. Vervolgens liep ik in alle rust door Groesbeek, ging nog eens rusten bij de KWBN – alweer pasta! –en liep vervolgens naar het einde toe. Lang had ik gekoerst op een binnenkomst voor 12 uur, maar het werd – alweer – 12.25 uur.

Glitter en glamour
De laatste dag had ik weer een late start. Gelukkig kwam ik onderweg weinig militairen tegen en kon ik lange tijd goed doorlopen. Pas op de brug van de A73 naar Linden werd het moeilijk om op te schieten. Daar ging ik voor het eerst rusten en nam ik een kop zelfgemaakte goulashsoep. Linden is een dorp waar de bewoners zich altijd bijzonder inzetten tijdens de Vierdaagse. Ze doen dit door taferelen uit te beelden rond een thema. Dit jaar was het glitter en glamour. Het was wederom een feest om te zien wat Linden er dit jaar van gemaakt heeft. Na Linden liep ik verder naar Beers en Cuijk. Daar nam ik koffie bij de WIOS en ging daarna over een lege weg – de wandelaars werden opgehouden bij de spoorwegovergang – naar de pontonbrug over de Maas. Toen ik aan de overzijde was las ik een appje van mijn slaapmaatje Stan dat hij toen net bij de WIOS was. Ik antwoordde daarop dat ik zou wachten bij de rustpost van de Gouden Kruisdragers. Toen ik daar arriveerde duurde het slechts vijf minuten vooraleer ook Stan arriveerde. Samen liepen we de intocht en kwamen we rond kwart voor drie bij de eindstreep aan.

Vrijwel vlekkeloos
Toen ik binnen was realiseerde ik me direct dat het dit jaar een vrij gemakkelijke Vierdaagse was. Het weer was aangenaam, ik had geen last van blaren en was ook niet stijf. Verder heb ik goed door kunnen lopen en was ik de eerste drie dagen snel binnen. Toen ik de eretribune op het Keizer Karelplein bereikte, feliciteerde ik marsleider Henny Sackers voor een vrijwel vlekkeloze Vierdaagse. Ik kan slechts één minpuntje bedenken. Sinds enkele jaren wordt de Sint Annastraat tussen de Universiteit en de kruising met de Groenestraat smaller gemaakt. Als zich ergens opstoppingen voordoen, is het wel hier. Trouwens dat geldt ook voor het kruisend verkeer dat hier de Annastraat moet passeren. Toen ik tegen vijf uur naar mijn overnachtingsadres fietste moest ik hier wel een kwartier wachten voordat de stoet wandelaars werd stil gezet. Op dat moment was het nog heel druk met wandelaars die nog naar de finish moesten.
Op de Wedren kreeg ik het cijfer 29 uitgereikt. Wanneer ik voor nummer 30 ga lopen weet ik nog niet. Wellicht meld ik me aan als vrijwilliger van de Vierdaagse en wil ik het evenement eens van een andere kant meemaken.

  • Meer foto’s in mijn webalbum.
  • Verslag van John en Mirjam van de laatste dag.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.